vrek

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vrek
enkelvoud meervoud
naamwoord vrek vrekken
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

vrek v/m

  1. iemand die ongepaste zuinigheid betracht
Synoniemen
Vertalingen


Afrikaans

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
vrek
gevrek
volledig

Werkwoord

vrek

  1. verrekken, doodgaan, omkomen
    «Eerst was dit malaria, toe vrek die trekdiere en eindelik was al die voedselvoorraad op.»
    Eers was er malaria, toen gingen de trekdieren dood en uiteindelijk was de hele voedselvoorraad op.