vreemdeling

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vreem·de·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vreemdeling vreemdelingen
verkleinwoord vreemdelingetje vreemdelingetjes

Zelfstandig naamwoord

vreemdeling m

  1. iemand die uit een ander gebied of land afkomstig is dan het onderhavige
    De vreemdeling verbleef in een asielzoekerscentrum.
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen