vreemde
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vreem·de
Woordherkomst en -opbouw
- zelfstandig gebruikt bijvoeglijk naamwoord: vreemd
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vreemde | vreemden |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
vreemde
- m iemand die niet bekend is
- Er zat een vreemde op zijn plek.
- o: (het) vreemde (land) in datief:
- In den vreemde. - in het buitenland.
- o: iets dat verbazing opwekt
- Het vreemde is dat hij daar nooit iets van gezegd heeft.
Antoniemen
Vertalingen
Bijvoeglijk naamwoord
vreemde
- verbogen vorm van de stellende trap van vreemd