vraten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- vra·ten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vreten |
vraten
- meervoud verleden tijd van vreten
- Wij vraten.
- Jullie vraten.
- Zij vraten.
- Wij vraten.
Zelfstandig naamwoord
vraten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vraat