voorval
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·val
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voorval | voorvallen |
| verkleinwoord | voorvalletje | voorvalletjes |
Zelfstandig naamwoord
voorval o
- een onverwachte en uitzonderlijke gebeurtenis
- Na dit voorval had hij er geen zin meer in.
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| voorvallen |
voorval
- (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorvallen
- ... dat ik voorval.
Opmerkingen
- Het werkwoord komt vrijwel alleen in de derde persoon voor.