voorval

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·val
enkelvoud meervoud
naamwoord voorval voorvallen
verkleinwoord voorvalletje voorvalletjes

Zelfstandig naamwoord

voorval o

  1. een onverwachte en uitzonderlijke gebeurtenis
    Na dit voorval had hij er geen zin meer in.

Werkwoord

vervoeging van
voorvallen

voorval

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorvallen
    ... dat ik voorval.
Opmerkingen
  • Het werkwoord komt vrijwel alleen in de derde persoon voor.