voortplanting
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voort·plan·ting
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van voortplanten met het achtervoegsel -ing
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voortplanting | voortplantingen |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
voortplanting v
- het voortplanten of zich voortplanten (ook (seksualiteit), (telecommunicatie), (natuurkunde))
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen
1.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.