voortborduren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voort·bor·du·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voortborduren |
borduurde voort |
voortgeborduurd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
(scheidbaar)
voortborduren
- doorgaan met iets, verder uitwerken van iets waarmee iemand (anders) begonnen is
- Verscheidene wetenschappers hebben voortgeborduurd op zijn ideeën.
- De sprekers borduurden voort op het thema van de dag.