voorstaan
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·staan
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| voorstaan |
stond voor |
voorgestaan |
| klasse 6 | volledig | |
Werkwoord
voorstaan
- (overgankelijk) onderschrijven, steunen
- Het standpunt wordt voorgestaan door de regering.
- Betaalbare topkwaliteit is wat wij voorstaan.
- (wederkerend) zich laten ~: zich beroepen op, zichzelf roemen om
- De partij laat zich voorstaan op het vasthouden aan haar principes.