voorstaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·staan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
voorstaan
stond voor
voorgestaan
klasse 6 volledig

Werkwoord

voorstaan

  1. (overgankelijk) onderschrijven, steunen
    Het standpunt wordt voorgestaan door de regering.
    Betaalbare topkwaliteit is wat wij voorstaan.
  2. (wederkerend) zich laten ~: zich beroepen op, zichzelf roemen om
    De partij laat zich voorstaan op het vasthouden aan haar principes.
Verwante begrippen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen