voorop
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·op
Bijwoord
- in een rij of groep als eerste in de bewegingsrichting.
- aan de voorkant bovenop: Jan zat voorop op de tandem.
- (figuurlijk) als één der eersten: Het bedrijf loopt voorop bij het gebruik van nieuwe technologieën.