voornaam

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·naam

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
naamwoord voornaam voornamen
verkleinwoord voornaampje voornaampjes

vóórnaam m

  1. naam die bij de geboorte aan een persoon wordt gegeven, en die aan de familienaam voorafgaat.
Verwante begrippen
Vertalingen


stellend vergrotend overtreffend
onverbogen voornaam voornamer voornaamst
verbogen voorname voornamere voornaamste
partitief voornaams voornamers -

Bijvoeglijk naamwoord

voornáám

  1. van hoog aanzien in een gemeenschap.
    Hij was een voornaam man.
  2. van groter belang dan het meeste.
    De voornaamste reden daarvoor was dat hij te weinig tijd ervoor had.

Meer informatie

Persoonlijke instellingen