voormalig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voor·ma·lig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van maal met het voorvoegsel voor- met het achtervoegsel -ig
stellend
onverbogen voormalig
verbogen voormalige

Bijvoeglijk naamwoord

voormalig

  1. niet langer; in het verleden geweest
    Hij had een vraaggesprek met de voormalige premier.