voorkom

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

  • voorkóm
  • IPA: /vɔːrˈkɔm/
  • vóórkom
  • IPA: /ˈvɔːrkɔm/
Woordafbreking
  • voor·kom

Werkwoord

vervoeging van
voorkomen

voorkóm

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorkomen
    Ik voorkóm.
  2. gebiedende wijs van voorkomen
    Voorkóm!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorkomen
    Voorkóm je?
vervoeging van
voorkomen

vóórkom

  1. (in een bijzin) eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voorkomen
    ... dat ik vóórkom.


Afrikaans

Uitspraak

(klemtoonhomogram)

stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
voorkom
voorkom
volledig

Werkwoord

voorkóm

  1. voorkómen
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
voorkom
voorgekom
volledig

Werkwoord

vóórkom

  1. vóórkomen