voorafje
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voor·af·je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | - | - |
| verkleinwoord | voorafje | voorafjes |
Zelfstandig naamwoord
voorafje o dim. tant.
- een hapje voor de hoofdmaaltijd
- Wil je nog een voorafje?