voogdij
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- voog·dij
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | voogdij | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
voogdij v
- het plaatsvervangend uitoefenen van de ouderlijke macht
- Na het vreselijke ongeluk, waarbij hun beide ouders omgekomen waren, kreeg oom Jan de voogdij over de twee weeskinderen toegewezen.
Vertalingen
1. het plaatsvervangend uitoefenen van de ouderlijke macht