vonk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Een vonkenregen in de smidse


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vonk
enkelvoud meervoud
naamwoord vonk vonken
verkleinwoord (vonkje) (vonkjes)

Zelfstandig naamwoord

vonk v/m

  1. klein rondvliegend gloeiend korreltje of brokstukje
    Hij rakelde het vuur op en de vonken vlogen in het rond.
  2. (natuurkunde) een vurige elektrische ontlading die de lucht ioniseert
    De isolatie was doorgesleten en er sprong een vonk over.
  3. (scheepvaart), (verouderd) oude bijnaam voor een radiotelegrafist
    De vonk heeft zijn bijnaam te danken aan z'n werk met de antieke "vonkenzenders.".
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Verwante begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • een overslaande vonk
een emotie die ineens ook bij anderen ontvlamt
  • de vonken slaan/vliegen ervanaf
gezegd van iemand die keihard aan het werk is
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vonken

vonk

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vonken
    Ik vonk.
  2. gebiedende wijs van vonken
    Vonk!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vonken
    Vonk je?

Meer informatie