vonk
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vonk
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vonk | vonken |
| verkleinwoord | (vonkje) | (vonkjes) |
Zelfstandig naamwoord
- klein rondvliegend gloeiend korreltje of brokstukje
- Hij rakelde het vuur op en de vonken vlogen in het rond.
- (natuurkunde) een vurige elektrische ontlading die de lucht ioniseert
- De isolatie was doorgesleten en er sprong een vonk over.
- (scheepvaart), (verouderd) oude bijnaam voor een radiotelegrafist
- De vonk heeft zijn bijnaam te danken aan z'n werk met de antieke "vonkenzenders.".
Synoniemen
- [3] draad, vonkenboer
Afgeleide begrippen
- [1] vonkenregen, vonkenvanger, ontvonken
Verwante begrippen
- [1] aansteker, bougie, explosie, gasaansteker, houtvuur, ontbranding, slijpsteen, smederij, vlam, vuur, vuurwerk
- [3] bericht, contact, communicatie, marconist, noodsignaal, radiohut, radio-officier, radiotelegrafist, radiozender, telegrafie, telegram, weerbericht
Uitdrukkingen en gezegden
- een overslaande vonk
een emotie die ineens ook bij anderen ontvlamt
- de vonken slaan/vliegen ervanaf
gezegd van iemand die keihard aan het werk is
Vertalingen
1. een gloeiend korreltje of brokstukje
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vonken |
vonk
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vonken
- Ik vonk.
- gebiedende wijs van vonken
- Vonk!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vonken
- Vonk je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.