voltrokken
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- vol·trok·ken
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| voltrekken |
voltrokken
- meervoud verleden tijd van voltrekken
- Wij voltrokken.
- Jullie voltrokken.
- Zij voltrokken.
- Wij voltrokken.
- voltooid deelwoord van voltrekken