voltrokken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • vol·trok·ken

Werkwoord

vervoeging van
voltrekken

voltrokken

  1. meervoud verleden tijd van voltrekken
    Wij voltrokken.
    Jullie voltrokken.
    Zij voltrokken.
  2. voltooid deelwoord van voltrekken
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen