voltooide
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- vol·tooi·de
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| voltooien |
voltooide
- enkelvoud verleden tijd van voltooien
- Ik voltooide.
- Jij voltooide.
- Hij, zij, het voltooide.
- Ik voltooide.