volstaan

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·staan
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
volstaan
volstond
volstaan
klasse 6 volledig

Werkwoord

volstaan

  1. (absoluut): voldoende zijn
    Een korte opmerking daarover volstaat.
  2. (inergatief): besluiten dat iets voldoende moet zijn
    Er is volstaan met een korte opmerking.