volproppen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vol·prop·pen
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| volproppen |
propte vol |
volgepropt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
volproppen
- (overgankelijk) overvol maken door er nog iets bij te duwen
- De wagen was volgepropt om op verlof te vertrekken.