volproppen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vol·prop·pen
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
volproppen
propte vol
volgepropt
zwak -t volledig

Werkwoord

volproppen

  1. (overgankelijk) overvol maken door er nog iets bij te duwen
    De wagen was volgepropt om op verlof te vertrekken.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen