voegde toe
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- voeg·de toe
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| toevoegen |
voegde toe
- enkelvoud verleden tijd van toevoegen
- Ik voegde toe.
- Jij voegde toe.
- Hij, zij, het voegde toe.
- Ik voegde toe.