voeg

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • voeg
enkelvoud meervoud
naamwoord voeg voegen
verkleinwoord voegje voegjes

Zelfstandig naamwoord

voeg v/m

  1. een overgang tussen twee materialen
    De voeg was nog niet afgewerkt.
Afgeleide begrippen
Synoniemen

Werkwoord

vervoeging van
voegen

voeg

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voegen
    Ik voeg.
  2. gebiedende wijs van voegen
    Voeg!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van voegen
    Voeg je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen