vocht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vocht
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vocht | - |
| verkleinwoord | - | - |
Zelfstandig naamwoord
vocht o
- water dat iets doordrenkt of als damp aanwezig is
- De muur zat vol met vocht en schimmels.
Vertalingen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vechten |
vocht
- enkelvoud verleden tijd van vechten
- Ik vocht.
- Jij vocht.
- Hij, zij, het vocht.
- Ik vocht.
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.