vocht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vocht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vocht -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

vocht o

  1. water dat iets doordrenkt of als damp aanwezig is
    De muur zat vol met vocht en schimmels.
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vechten

vocht

  1. enkelvoud verleden tijd van vechten
    Ik vocht.
    Jij vocht.
    Hij, zij, het vocht.

Meer informatie

Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl