vlucht
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vlucht
Woordherkomst en -opbouw
- Naamwoord van handeling van vliegen (met het achtervoegsel -t).
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vlucht | vluchten |
| verkleinwoord | vluchtje | vluchtjes |
Zelfstandig naamwoord
- naamwoord van handeling van vliegen: het zich door luchtruim bewegen
- De KLM annuleerde deze vlucht naar Schiphol.
- een groep vliegende vogels
- Een vlucht regenwulpen vloog daar.
- naamwoord van handeling van vluchten: het ontvluchten van bijvoorbeeld gevaar of straf
- Het leger sloeg op de vlucht.
Vertalingen
1. het zich door luchtruim bewegen
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vluchten |
vlucht