vlucht

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlucht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord vlucht vluchten
verkleinwoord vluchtje vluchtjes

Zelfstandig naamwoord

vlucht v/m

  1. naamwoord van handeling van vliegen: het zich door luchtruim bewegen
    De KLM annuleerde deze vlucht naar Schiphol.
  2. een groep vliegende vogels
    Een vlucht regenwulpen vloog daar.
  3. naamwoord van handeling van vluchten: het ontvluchten van bijvoorbeeld gevaar of straf
    Het leger sloeg op de vlucht.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
vluchten

vlucht

  1. enkelvoud tegenwoordige tijd van vluchten
  2. gebiedende wijs van vluchten