vloot

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vloot
enkelvoud meervoud
naamwoord vloot vloten
verkleinwoord vlootje vlootjes

Zelfstandig naamwoord

vloot v/m

  1. bij elkaar horende schepen
    De Britse vloot versloeg in 1805 de Frans-Spaanse vloot bij het Spaanse Trafalgar.
  2. bij elkaar horende vliegtuigen
    De vliegtuigmaatschappij heeft een aantal nieuwe vliegtuigen aan haar intercontinentale vloot toegevoegd.
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Werkwoord

vervoeging van
vlieten

vloot

  1. enkelvoud verleden tijd van vlieten
    Ik vloot.
    Jij vloot.
    Hij, zij, het vloot.


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord vloot vlote

Zelfstandig naamwoord

vloot

  1. vloot