vloekten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vloek·ten

Werkwoord

vervoeging van
vloeken

vloekten

  1. meervoud verleden tijd van vloeken
    Wij vloekten.
    Jullie vloekten.
    Zij vloekten.