vlijen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Andere schrijfwijzen Niet te verwarren met: vleien

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vlij·en
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vlijen
vlijde
gevlijd
zwak -d volledig

Werkwoord

vlijen

  1. (overgankelijk) op een geordende manier, comfortabel neerleggen
    Zij vlijde haar handen in haar schoot.
  2. (wederkerend) op zijn gemak gaan liggen, meestal tegen iets of iemand aan
    Het hertenkalfje vlijde zich tegen zijn moeder en viel in slaap.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen