vlies
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- vlies
Woordherkomst en -opbouw
- van Germaans *fleusa, vgl. Angelsaksisch fleos > Engels: fleece.
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vlies | vliezen |
| verkleinwoord | vliesje | vliesjes |
Zelfstandig naamwoord
vlies o
- dunne laag op een oppervlak
- dun flexibel scheidingsvlak
- Bij de geboorte breken de vliezen.
- afgestroopte huid met haar van een dier
- Jason en de Argonauten gingen op zoek naar het Gulden Vlies.
Synoniemen
Afgeleide begrippen
- netvlies, oogvlies, knipvlies
Vertalingen
1. dunne laag op een oppervlak