vitaal
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vi·taal
| stellend | vergrotend | overtreffend | |
|---|---|---|---|
| onverbogen | vitaal | vitaler | vitaalst |
| verbogen | vitale | vitalere | vitaalste |
Bijvoeglijk naamwoord
vitaal
- vol levenskracht
- Hij is een vitale ouwe baas.
- van levensbelang
- Het behoud van dat steunpunt was van vitaal belang voor de oorlogsvoering.