vijzel
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- vij·zel
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vijzel | vijzels |
| verkleinwoord | vijzeltje | vijzeltjes |
Zelfstandig naamwoord
vijzel
- m: (scheikunde), (gereedschap) een vat waarin met een stamper stoffen fijngestampt kunnen worden
- Vijzels worden van hard materiaal zoals messing, porselein of agaat vervaardigd.
- v/m (techniek), (bouwkunde) een dommekracht of krik waarmee door middel van een schroef- of hydraulisch systeem, grote kracht kan worden uitgeoefend.
- Met behulp van een groot aantal vijzel is het gebouw opgevijzeld.
- v/m (waterstaat), (techniek) een waterschroef, een spiraalvormig onderdeel van een gemaal
- Een ronddraaiende vijzel werkt het water omhoog.
Synoniemen
- [1] stampvat, mortier
- [2[ dommekracht, schroefkrik
- [3] schroef van Archimedes, tonmolen, waterschroef
Afgeleide begrippen
- [1] vijzelstamper
- [2] opvijzelen
Verwante begrippen
- [1] deegroller, loper, molen, stamper, wals, wrijfplaat
- [2] bouwstempel, schroefspindel, spindelschoor
- [3] centrifugaalpomp, gemaal, noria, watermolen, waterrad
Uitdrukkingen en gezegden
Vertalingen
1. een vat waarin met een stamper stoffen fijngestampt kunnen worden
2. een dommekracht of krik
3. waterschroef
- Onderstaande vertalingen dienen nagekeken te worden en omgezet in de bovenstaande tabellen. Nummers na de vertalingen komen niet noodzakelijk overeen met de opgegeven definities. Voor meer uitleg zie WikiWoordenboek:Hoe vertalingen nakijken.
na te gaan