vibreren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • vi·bre·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vibreren
vibreerde
gevibreerd
zwak -d volledig

Werkwoord

vibreren

  1. (onovergankelijk) in staat van trilling verkeren
    De snaar vibreerde nog totdat de speler hem dempte.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen