verzwaren
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·zwa·ren
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verzwaren |
verzwaarde |
verzwaard |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verzwaren
- figuurlijk erger maken
- Dat verzwaart zijn schuld.
- opzettelijk beladen met extra gewicht
- De ballast van het schip werd verzwaard.
Vertalingen
1. figuurlijk erger maken