verzuim

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Woordafbreking
  • ver·zuim

Werkwoord

vervoeging van
verzuimen

verzuim

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzuimen
    Ik verzuim.
  2. gebiedende wijs van verzuimen
    Verzuim!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verzuimen
    Verzuim je?
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen