verzorger

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·zor·ger
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling van zorg en -er als achtervoegsel
enkelvoud meervoud
naamwoord verzorger verzorgers
verkleinwoord verzorgertje verzorgertjes

Zelfstandig naamwoord

verzorger m

  1. (beroep) Iemand die voor iets of iemand zorgt die verzorging nodig heeft.
    Op de ouderavond worden ouders en verzorgers uitgenodigd