verwonden
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·won·den
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verwonden |
verwondde |
verwond |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verwonden
- (overgankelijk) lichamelijk letsel veroorzaken
- De pijl verwondde de ruiter.
- (wederkerend) lichamelijk letsel oplopen
- Hij viel in het prikkeldraad en verwondde zich lelijk.