verwijten
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·wij·ten
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verwijten |
verweet |
verweten |
| klasse 1 | volledig | |
Werkwoord
verwijten
- (ditransitief) verantwoordelijk gesteld worden voor een gemaakte fout
- Hem werd grote arrogantie verweten.
Zelfstandig naamwoord
verwijten mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord verwijt