verwachten

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·wach·ten
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verwachten
verwachtte
verwacht
zwak -t volledig

Werkwoord

verwachten

  1. ergens vanuit gaan
    Hij verwachtte dat er een taxi voor hem klaar zou staan.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen