verwaandheid
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Woordafbreking
- ver·waand·heid
Woordherkomst en -opbouw
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | verwaandheid | |
| verkleinwoord |
Zelfstandig naamwoord
verwaandheid ; v
- het hebben van een hinderlijk hoge dunk van zichzelf
- Haar verwaandheid is spreekwoordelijk.
Verwante begrippen
Vertalingen
1. het hebben van een hinderlijk hoge dunk van zichzelf