vervloeken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·vloe·ken
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
vervloeken
vervloekte
vervloekt
zwak -t volledig

Werkwoord

vervloeken

  1. (overgankelijk) een vloek over iemand of iets uitspreken
    Job vervloekte de dag dat hij geboren was.
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen