vervalsten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·vals·ten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vervalsen |
vervalsten
- meervoud verleden tijd van vervalsen
- Wij vervalsten.
- Jullie vervalsten.
- Zij vervalsten.
- Wij vervalsten.