vertraag

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·traag

Werkwoord

vervoeging van
vertragen

vertraag

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertragen
    Ik vertraag.
  2. gebiedende wijs van vertragen
    Vertraag!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vertragen
    Vertraag je?