vertellen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·tel·len
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| vertellen |
vertelde |
verteld |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
[A] vertellen
- een al of niet ware gebeurtenis verhalen
- Een verhaal vertellen.
Vertalingen
1. een al of niet ware gebeurtenis verhalen
Werkwoord
Woordherkomst en -opbouw
[B] vertellen
- (wederkerend) zich ~ verkeerd tellen, een telfout maken
- Iedereen kan zich vertellen.