verstopte
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·stop·te
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verstoppen |
verstopte
- enkelvoud verleden tijd van verstoppen
- Ik verstopte.
- Jij verstopte.
- Hij, zij, het verstopte.
- Ik verstopte.