verstootten
Uit WikiWoordenboek
Nederlands
Woordafbreking
- ver·stoot·ten
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| verstoten |
verstootten
- meervoud verleden tijd van verstoten
- Wij verstootten.
- Jullie verstootten.
- Zij verstootten.
- Wij verstootten.