versnelling

Uit WikiWoordenboek

Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·snel·ling
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord versnelling versnellingen
verkleinwoord versnellinkje versnellinkjes

Zelfstandig naamwoord

versnelling v

  1. het (doen) toenemen van de snelheid.
    Er volgde een versnelling van het tempo van het peloton.
  2. (natuurkunde) de tweede afgeleide van de positie als functie van de tijd: d2x/dt2.
  3. een mechaniek ter overbrenging van de ene draaiende beweging op de andere.
    Twee in elkaar grijpende tandraderen vormen een versnelling als de ene groter is dan de andere.
    Hij reed in de tweede versnelling de steile helling op
Vertalingen

Meer informatie

Persoonlijke instellingen
Andere talen