verschillend

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·schil·lend
stellend
onverbogen verschillend
verbogen verschillende

Bijvoeglijk naamwoord

verschillend

  1. niet op elkaar lijkend
    Toen hij thuiskwam zag hij pas dat hij verschillende kleuren had gekocht.

Onbepaald hoofdtelwoord

verschillend

  1. meerdere en telkens andere
    Verschillende mensen hadden hem afgeraden die wereldreis te maken.
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
verschillen

verschillend

  1. onvoltooid deelwoord van verschillen