verplegen
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·ple·gen
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verplegen |
verpleegde |
verpleegd |
| zwak -d | volledig | |
Werkwoord
verplegen
- (overgankelijk) een zieke verzorgen
- Hij verpleegde zijn vrouw toen zij bedlegerig werd.