verpleegster

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·pleeg·ster
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord verpleegster verpleegsters
verkleinwoord verpleegstertje verpleegstertjes

Zelfstandig naamwoord

verpleegster v

  1. (beroep) vrouw die zorg verleent aan zieken of gewonden
    Een verpleegster kwam de kamer binnen om het infuus te vervangen.
Verwante begrippen
Vertalingen