verpand

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·pand

Werkwoord

vervoeging van
verpanden

verpand

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verpanden
    Ik verpand.
  2. gebiedende wijs van verpanden
    Verpand!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van verpanden
    Verpand je?
  4. voltooid deelwoord van verpanden