verongelukken

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Inhoud

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ver·on·ge·luk·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
verongelukken
verongelukte
verongelukt
zwak -t volledig

Werkwoord

verongelukken

  1. (ergatief) bij (tot personen) een ongeluk om het leven komen
    Hij is op weg in de Alpen verongelukt.
  2. (figuurlijk) mislukken, niet goed terechtkomen
    «Je kan wel zeggen dat hij verongelukt is.»
    Hij heeft niets bereikt van wat hij beoogde.
  3. (tot vervoermiddelen) onbruikbaar worden door ongeluk
    Bij een kettingbotsing zijn gisteravond tien auto’s verongelukt.
Synoniemen
Opmerkingen
  • [1] een ongeluk hebben.
een persoon is aangereden, maar leeft nog.
Vertalingen
Persoonlijke instellingen
Naamruimten

Varianten
Handelingen
Navigatie
Informatie
Zusterprojecten
Hulpmiddelen
In andere talen