verongelukken
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·on·ge·luk·ken
Woordherkomst en -opbouw
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| verongelukken |
verongelukte |
verongelukt |
| zwak -t | volledig | |
Werkwoord
verongelukken
- (ergatief) bij (tot personen) een ongeluk om het leven komen
- Hij is op weg in de Alpen verongelukt.
- (figuurlijk) mislukken, niet goed terechtkomen
- «Je kan wel zeggen dat hij verongelukt is.»
- Hij heeft niets bereikt van wat hij beoogde.
- «Je kan wel zeggen dat hij verongelukt is.»
- (tot vervoermiddelen) onbruikbaar worden door ongeluk
- Bij een kettingbotsing zijn gisteravond tien auto’s verongelukt.
Synoniemen
- [1] omkomen
Opmerkingen
- [1] een ongeluk hebben.
-
- een persoon is aangereden, maar leeft nog.
Vertalingen
1. bij een ongeluk om het leven komen
|