vernis
Uit WikiWoordenboek
Inhoud |
Nederlands
Uitspraak
Woordafbreking
- ver·nis
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | vernis | vernissen |
| verkleinwoord | vernisje | vernisjes |
Zelfstandig naamwoord
- een oplossing van filmvormende stoffen in vluchtige oplosmiddelen die gebruikt wordt voor de bescherming van o.a. hout, metaal en verf
Vertalingen
1. een oplossing van filmvormende stoffen in vluchtige oplosmiddelen die gebruikt wordt voor de bescherming van o.a. hout, metaal en verf
Werkwoord
| vervoeging van |
|---|
| vernissen |
vernis
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vernissen
- Ik vernis.
- gebiedende wijs van vernissen
- Vernis!
- (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vernissen
- Vernis je?
Meer informatie
- Zie Wikipedia voor meer informatie.